Kinderen op de vlucht
18 miljoen kinderen op de vlucht ondanks 20 jaar verdrag kinderrechten
Rode Kruis-Vlaanderen vangt jaarlijks meer dan 300 niet-begeleide minderjarige vreemdelingen op Europa heeft in de laatste twee jaren steeds meer asielaanvragen van
niet-begeleide minderjarige Afghaanse jongeren ontvangen. België bood
in 2008 aan zo’n 1.750 niet-begeleide minderjarige vreemdelingen een
onderkomen. De 5 voogden van Rode Kruis-Vlaanderen vangen elk jaar meer
dan 200 van hen op en begeleiden hen doorheen de asielprocedure. In de
opvangcentra van het RK zijn er tevens 71 opvangplaatsen voorzien voor
niet-begeleide minderjarigen. Voor jongeren die hun toekomst willen opbouwen, is contact met de
familie van groot belang. Vaak worden de jonge vluchtelingen tijdens
hun tocht echter gescheiden van hun familie of zijn ze op zoek naar
verwanten in Europa. Ook dan kunnen ze terecht bij het Rode Kruis, waar
de dienst ‘Tracing’ hen dank zij een hypermoderne, fonetische databank
kan bijstaan in hun speurtocht naar familie. Het verhaal van de jonge Javed, gevlucht uit Afghanistan Bij de opsporingsdienst “Tracing” van Rode Kruis-Vlaanderen lopen er
geregeld aanvragen binnen van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen
(NBMV’s) die op zoek zijn naar hun ouders of naaste familieleden uit
Afghanistan of Iran. Eén vijfde van alle opsporingsaanvragen - de helft
van alle Afghaanse opsporingen - zijn opsporingen van niet- begeleide
minderjarige Afghaanse jongeren. Zo ook het verhaal van Javed, die bij
Rode Kruis-Vlaanderen aanklopte omdat hij op zoek is naar zijn tante. Javed is één van die niet-begeleide minderjarige Afghaanse jongeren
die in België een toevlucht heeft gevonden. Vier jaar geleden zette hij
zijn vlucht in vanuit Afghanistan. Via Iran, Turkije en Griekenland
kwam hij in het hart van Europa terecht. Vandaag is Javed 17 jaar oud.
Hij woont in een asielcentrum voor niet-begeleide minderjarige
vreemdelingen en hij kan de gebeurtenissen van het verleden eindelijk
onder woorden brengen. Javed’s verhaal begint vier jaar geleden, wanneer enkele
Taliban-strijders Javed’s ouders het leven ontnemen. Javed zelf kon
ontkomen, maar er restte hem weinig keuze dan weg te vluchten, weg van
het geweld en weg van het gevaar. Buurland Iran was de meest logische
keuze om als dertienjarige naartoe te trekken. Javed’s oom kende in
Iran een Afghaanse man die hem voor een habbekrats wel in huis wou
nemen. Als wederdienst werkte hij gedurende drie jaar zonder papieren
in de handelszaak van deze man en slaagde hij erin wat spaarvermogen te
ontwikkelen. Toch was zijn verblijf in Teheran niet zonder risico’s.
Tot tweemaal toe komt Javed in aanraking met de Iraanse politie die
weet had gekregen van zijn illegale verblijf. Voortdurend lag een
mogelijkheid voor een deportatie terug naar Afghanistan op de loer. De
onveilige situatie deed Javed tot het besluit komen om naar Europa te
vluchten. Een smokkelaar zou dit allemaal voor hem regelen: Europa werd
zijn eindbestemming, maar waar hij precies naartoe zou gaan en volgens
welk plan was hem geheel onbekend. Javed: “Ik ben maandenlang onderweg geweest, eerst naar Istanboel en
vandaar weer verder. Soms verbleven we een maand in een dierenstal. We
kregen éénmaal daags wat water en brood met een tomaat.” Bij aankomst
aan de Turkse kust wordt Javed met nog drie andere vluchtelingen door
de smokkelaar per boot naar Griekenland gevaren, maar onderweg krijgt
deze de Griekse politie in de gaten. “We zagen de politie over de zee
turen en de smokkelaar dwong ons in het water te springen en hij
verdween. Ik kon niet zwemmen, maar de anderen hielpen me tot aan het
strand.” In Griekenland wordt Javed samen met ongeveer 130 andere
vluchtelingen ondergebracht in een gesloten centrum. Er werd voor dit
aantal personen één zaal ter beschikking gesteld, één toilet en één
douche. “Ik denk dat het een centrum van de Griekse politie was. Na een
maand kwamen we vrij, maar met het bevel het land terstond te verlaten.
Een Pakistaanse smokkelaar wachtte ons op en bracht ons naar België. Ik
ben in totaal drie maanden onderweg geweest.” De getuigenis van Javed maakt nogmaals duidelijk dat minderjarigen
steeds vaker op de vlucht slaan voor conflicten. Bij internationale
hulporganisaties is dit fenomeen al langer bekend. Conflicten brengen
kinderen in contact met allerlei risico’s, sommige onvoorstelbaar voor
ons. De meest benoembare risico’s zijn verweesdheid, dood, verwonding,
ontheemding, verkrachting en het gescheiden worden van de familie. Een
aantal ouderloze kinderen voegen zich bij een gewapende groepering,
anderen worden ontvoerd en onder dwang ingezet als kindsoldaten. In Javed’s thuisland Afghanistan woedt het conflict ondertussen
tomeloos verder en dit eist zijn tol. Het sterftecijfer piekt er voor
kinderen jonger dan vijf jaar en duwt Afghanistan naar de spits van de
wereldranglijst voor kindersterfte. 25 procent van de Afghaanse
kinderen bereikt nooit de leeftijd van 5 jaar. Javed’s dossier is momenteel in behandeling. Hij gaat naar school in
België en kan zich al verstaanbaar maken in het Nederlands. Vooreerst
wil hij studeren, zegt hij nog, want daartoe heeft hij nooit de kans
gehad. Kinderen in conflictgebieden zijn hetzelfde als andere kinderen.
Ze koesteren dezelfde dromen voor de toekomst en willen leerkracht
worden, chauffeur, dokter of piloot. Helaas kunnen kinderen in
conflictgebieden zelden hun dromen waarmaken.
Volgens
schattingen van de Verenigde Naties sloegen in 2008 wereldwijd meer dan
18 miljoen kinderen op de vlucht voor conflicten. Een aantal onder hen
trekt naar België, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland of de
Scandinavische landen op zoek naar veiligheid en een beter bestaan.
Deze trektocht duurt soms maanden of jaren en tekent deze kinderen door
de vele gevaren en moeilijkheden onderweg.


