Rode Kruis Jemen
Jemen: hulpverlening aan duizenden ontheemden
De vijf weken van onophoudelijk geweld in Noord Jemen laten een spoor van burgerslachtoffers achter. “In Wadi Sufyan zijn recentelijk meer dan 80 burgers gedood, wat aantoont dat duizenden mensen gevaar lopen”, aldus Martin Amacher, hoofd van de ICRC delegatie in Jemen.
Bevolking massaal op de vlucht
Tienduizenden personen zijn op de vlucht geslagen. Ze zoeken een toevlucht bij familieleden of verwanten of in tentenkampen en sommigen zijn uitgeweken naar de hoofdstad Sana’a, meer dan 300 km. in het zuiden.
Het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) en de Rode Halve Maanbeweging in Jemen hebben inmiddels in de provincies Sa’ada en Amran al meer dan 30.000 intern ontheemden geregistreerd. Stafmedewerkers van de twee organisaties werken de klok rond om aan de meest dringende noden gehoor te geven.
“De erbarmelijk humanitaire situatie treft vooral vrouwen en kinderen,” zegt Daniel Gagnon, ICRC’s waarnemend verantwoordelijke van de sub-delegatie in Sa’ada, “maar de hulp van het ICRC en de Jemense Rode Halve Maanbeweging maken het verschil.” “Enkelen onder ons hebben al matrassen, gasflessen en voedsel gekregen”, zegt een intern ontheemde vrouw in Wadi Khaiwan. Zij is samen met haar familie Al- Harf ontvlucht, een stad in het noorden van de provincie Amran. “Op deze manier kunnen we even voort en belasten we onze gastgezinnen en buren niet te erg, want zij hebben zelf ook maar weinig.”
In en rond Sa’ada stad verblijven meer dan 4.200 personen in de Al-Ihsa, Sam en Al-Tahl kampen, die onder leiding staan van het ICRC en de Rode Halve Maanbeweging in Jemen. Maar Daniel Gagnon wijst erop dat er nog “duizenden hulpbehoevenden zijn in het Sa’ada gouvernement.”
Dringende noden
De toestroom van personen duurt voorlopig voort. “Deze mensen hebben nood aan proper water, voedsel en onderdak”, stelt Daniel Gagnon. “Het commercieel verkeer is lamgelegd door de gevechten, waardoor de mensen moeilijkheden hebben om aan voorraden te komen.
Het conflict bemoeilijkt de aanvoer van hoognodige humanitaire hulp, en gevechten in de provincies Sa’ada en Amran verstoren de operaties. Desondanks blijven het ICRC en de Rode Halve Maanbeweging in Jemen instaan voor de humanitaire hulp en voeren ze hulp aan wanneer de situatie het toelaat om dit in veiligheid te doen.
Zware regenval
Andere problemen verzwaren de reeds moeilijke situatie. Enkele gebieden werden begin augustus geteisterd door zware regenval, gevolgd door overstromingen en pijlsnel zakkende temperaturen. Voor de families die in de tentenkampen verblijven zorgt het kille en natte weer voor een extra bekommernis, terwijl gezinnen die in scholen verblijven rekening moeten houden met de start van het nieuwe schooljaar, waardoor ze wellicht naar een nieuw onderkomen moeten zoeken.
Burgers ingesloten in conflictzone
Duizenden mensen zijn nog niet weggeraakt uit de conflictzone en worden omsloten door de gevechten. Zonder vluchtroute en zonder speciale bescherming staat hun leven op het spel. Daarom vraagt het ICRC alle betrokken partijen bij het conflict nadrukkelijk om maatregelen te treffen ter bescherming van burgers en burgereigendom. Respect voor het internationaal humanitair recht is een echte noodzaak.
Hulp aan intern ontheemden
Tot nog toe hebben duizenden families Sa’ada stad bereikt. Zij zijn op zoek naar een “veilige haven”. Ze hebben dringend onderdak, water, voedsel en medische zorgen nodig.
Onderdak wordt door het ICRC en de Rode Halve Maanbeweging verleend door de nieuwe ontheemden in reeds bestaande kampen op te vangen. Bovendien zijn er ook nog 100 tenten uitgedeeld aan de nieuwkomers.
Voorraden basismedicatie werden ter beschikking gesteld aan enkele kampen en ook de Jemense Rode Halve Maankliniek beschikt over voldoende voorraden.
Op een dagelijkse basis wordt er water verdeeld onder de intern ontheemden. Jemen is één van de droogste landen ter wereld, de hulp van het Jemense Rode Halve Maan bij de verdeling van water is dan ook hard nodig.
Rode Kruis in Jemen
Het ICRC heeft al enige ervaring in Jemen. Vanaf het jaar 1962 zijn ze er aanwezig en sinds 2004 werken ze specifiek in het Sa’ada gouvernement. Vanaf dit jaar heeft er ook een groei plaatsgevonden in personeelsaantal, waardoor de organisatie nu 111 stafmedewerkers telt in het land.


